Actueel
     
 


Intranet login

Astma op hoogte

Kun je met astma de bergen in? Natuurlijk, zeggen Erwin Sengers en Ron Buisman. Om dat te bewijzen organiseren zij de Dutch Expedition Inspired bij Climbing Everest voor astmapatiŽnten, die in het najaar van 2005 moet plaatsvinden. Longarts Tineke Renkema bevestigt de stelling en schetst de (wetenschappelijke) stand van zaken op het gebied van astma.

Astma is een aandoening van de luchtwegen in de borstholte die de laatste jaren in toenemende mate voorkomt. Mensen met astma hebben last van benauwdheid, een piepende ademhaling, hoesten, slijm opgeven of een combinatie van deze verschijnselen. De aandoening is chronisch, dat wil zeggen dat deze in het algemeen niet weer overgaat. Waarom iemand astma krijgt, is niet met zekerheid bekend. Voor een deel speelt de aanleg een rol: astma komt in bepaalde families vaker voor dan in andere. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat astma inderdaad via erfelijk materiaal wordt overgedragen. Daarnaast spelen andere factoren een rol, vooral omgevingsfactoren. Naar deze omgevingsfactoren is veel onderzoek verricht, maar de resultaten hiervan spreken elkaar soms tegen. Rokende ouders, zelf roken en blootstelling aan stof en huisdieren vergroten mogelijk de kans op het ontstaan van astma bij kinderen. Daarentegen lijkt borstvoeding het ontstaan van astma bij kinderen tegen te gaan.
Dat astma de laatste jaren vaker lijkt voor te komen dan vroeger, wordt wel toegeschreven aan toenemende luchtverontreiniging, (te) goed geÔsoleerde en slecht geventileerde huizen en aan het minder vaak oplopen van infecties op jonge leeftijd. Dit laatste zou tot gevolg hebben dat ons afweersysteem zich als het ware gaat vervelen en afweerstoffen gaat opbouwen tegen dingen waar we gewoonlijk niet op reageren. Een dergelijke ongebruikelijke afweerreactie noemen we allergie. Allergie komt vaak voor bij mensen met astma.

Parfumlucht
Een belangrijk kenmerk van astma is het hebben van overgevoelige luchtwegen. Dat wil zeggen dat de luchtwegen reageren op prikkels waarop ze dat gewoonlijk niet doen. Voorbeelden van zulke prikkels zijn sigarettenrook, parfum, spuitbussen, uitlaatgassen, mist, koude lucht en inspanning. Deze prikkels worden niet-allergische prikkels genoemd omdat tegen deze prikkels, in tegenstelling tot de allergische prikkels, geen allergische afweerstoffen door het lichaam worden gemaakt. Vrijwel iedere patiŽnt met astma reageert op deze niet-allergische prikkels. PatiŽnten met astma die allergisch zijn, reageren bovendien overgevoelig op prikkels waarvoor ze een allergie hebben ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld stof, huisdieren, schimmels en stuifmeel van grassen en bomen. Bij contact met een allergische of een niet-allergische prikkel ontstaat er irritatie en vernauwing van de luchtwegen die zich openbaart in de vorm van benauwdheid, hoesten, slijm en/of een piepende ademhaling.
Vroeger hadden astmapatiŽnten het vaak niet gemakkelijk: goede, effectieve behandelingen waren er eigenlijk niet. Gelukkig is dat de laatste decennia veranderd. Met de komst van steeds betere medicijnen is het leven en de toekomst van mensen met astma er heel anders uit gaan zien.
Ook op andere gebieden is de kennis over astma en de behandeling ervan enorm toegenomen. Zo is bijvoorbeeld bekend dat astmapatiŽnten minder klachten hebben en minder medicijnen hoeven te gebruiken naarmate ze minder in aanraking komen met de allergische en niet-allergische prikkels die bij hen klachten veroorzaken. Het vermijden van bijvoorbeeld stof, dieren, parfumlucht en sigarettenrook kan voor veel patiŽnten letterlijk een grote opluchting betekenen. En het lijkt erop dat dit effect niet alleen op korte maar ook op lange termijn zijn vruchten afwerpt: de luchtwegen lopen zo in de loop der jaren minder beschadiging op waardoor ze ook in de toekomst beter blijven functioneren.

Reservecapaciteit
Het beklimmen van een berg kost zowel absoluut als verhoudingsgewijs meer inspanning naarmate de top hoger is. Dit komt vooral doordat met het toenemen van de hoogte de luchtdruk steeds lager wordt. Hierdoor daalt ook de zuurstofspanning in de lucht die we inademen en daarmee de hoeveelheid lucht die door de longen aan het lichaam wordt afgegeven.
Zuurstof is een belangrijke 'brandstof' voor het lichaam bij het verrichten van langdurige inspanning. Bij doorklimmen naar grotere hoogte betekent dit dat het lichaam hierbij steeds minder brandstof ter beschikking heeft en er zelfs een zuurstoftekort kan ontstaan. Gelukkig kan het lichaam zich tot op vrij grote hoogte hieraan aanpassen. Zo gaan we op hoogte bijvoorbeeld sneller ademen om toch de benodigde hoeveelheid zuurstof binnen te krijgen. Dit verschijnsel is vaak al aanwezig in rust en verergert bij de minste of geringste inspanning. Iedereen die wel eens een hoge berg beklommen heeft of een verhaal hierover gelezen zal dit vast herkennen: bij inspanning op hoogte gaan mensen ontzettend hijgen. Gelukkig hebben een onze luchtwegen en longen een enorme reservecapaciteit: tijdens inspanning bijvoorbeeld kunnen ze de hoeveelheid ingeademde lucht (en daarmee de hoeveelheid ingeademde zuurstof) met een factor 10 tot 20 laten toenemen ten opzichte van de situatie in rust.
Dit aanpassingsproces aan hoogte noemen we acclimatisatie. Dit proces treedt op tot ongeveer 5000 meter hoogte. Daarboven kan het lichaam zich niet meer aan het optredende zuurstoftekort aanpassen en om die reden komt op dergelijke hoogtes dan ook geen permanente bewoning meer voor.

Beter in de bergen
Astma en hoogte lijken bepaald geen ideale huwelijkspartners. In de bergen is het vaak mistig en hoe hoger we komen, des te kouder wordt de lucht die we inademen. Verder zijn er aanwijzingen gevonden dat inademen van zuurstofarme lucht de overgevoeligheid van de luchtwegen verergert. Berghutten en vooral de matrassenlagers zijn nogal eens stoffig. En wat te denken van een bergweide vol koeien of prachtig bloeiende bloemen en grassen? Prikkels genoeg om een astmapatiŽnt erg benauwd te laten worden. Een klimtocht naar ijle, grote hoogten door astmapatiŽnten, die het toch al snel benauwd hebben, lijkt dan ook te vragen om problemen.
De praktijk leert ons echter dat dit heel erg meevalt. In tegenstelling tot wat te verwachten valt, verdragen mensen met astma een verblijf op hoogte juist vaak heel goed. Het is niet voor niets dat patiŽnten met ernstig astma juist naar de bergen gaan om op te knappen, bijvoorbeeld naar het Nederlands Astma Centrum in Davos. Wat zou hiervoor de reden kunnen zijn?
Allergie voor stof komt bij veel astmapatiŽnten voor. Hierbij gaat het in werkelijkheid niet om een allergie voor de stofdeeltjes zelf, maar voor de uitwerpselen van een beestje dat bij voorkeur leeft in een stoffige (en vochtige) omgeving: de zogenaamde huisstofmijt, die overigens zo klein is dat hij met het blote oog niet te zien is. Dit beestje heeft echter een handicap: het kan niet overleven op hoogtes boven zoín 1000 m. AstmapatiŽnten die naar de hoogte gaan, komen om die reden dus minder in contact met huisstofmijten en hebben daardoor minder last van deze allergie. Waarschijnlijk is dit ťťn van de belangrijkste redenen waarom mensen met astma beter worden als ze in de bergen verblijven. Naarmate ze hoger komen, komen ze ook steeds minder dieren, schimmels en bloeiende bomen, planten en grassen tegen. Al met al betekent dit voor mensen met astma dat ze dus minder worden blootgesteld aan allergische prikkels naarmate ze hoger komen. Ook niet-allergische prikkels zoals luchtverontreiniging door verkeer en industrie nemen af bij toenemende hoogte.

Tineke Renkema
Is longarts in het Refaja Ziekenhuis in Stadskanaal
Lid Medische Commissie NKBV
Lid ISSM (International Society of Mountain Medicine)
Kliminstructeur en sportklimtrainer
                                                                                                                                                     

Stresshormonen
Daarentegen nemen prikkels als inspanning, kou en mist juist toe met de hoogte. Toch geven ook deze niet-allergische prikkels bij astmapatiŽnten vaak niet dezelfde benauwdheid als op zeeniveau. Een mogelijke verklaring werd gevonden tijdens een onderzoek dat werd uitgevoerd op twee hooggelegen plekken: op 4559 m in de Italiaanse Alpen en 5050 m hoogte in de Nepalese Himalaya. Hierbij ontdekten de onderzoekers dat de overgevoeligheid van de luchtwegen bij astmapatiŽnten op deze hoogtes kleiner is dan op zeeniveau, met andere woorden: patiŽnten worden van een zelfde prikkel op hoogte minder benauwd dan op zeeniveau. Hoe dit komt, is niet bekend maar het heeft misschien te maken met het feit dat ons lichaam op hoogte meer stresshormonen (o.a. adrenaline-achtige stoffen) produceert en van deze stresshormonen weten we dat ze de luchtwegen ruimer maken. Een deel van de moderne astma-medicijnen maakt gebruik van ditzelfde werkingsmechanisme.
Een prettige ontdekking voor mensen met astma is verder dat bepaalde astmamedicijnen niet alleen helpen bij astma, maar ook een beschermende werking bieden tegen het ontstaan van hoogteziekte. Dit geldt voor theofylline, een middel dat de laatste jaren overigens steeds minder wordt toegepast bij astma, en waarschijnlijk nog sterker voor salmeterol, een medicijn dat voorkomt in de astmamiddelen Sereventģ en Seretideģ. Overigens zijn er tot nu toe geen aanwijzingen gevonden dat hoogteziekte bij astmapatiŽnten vaker voorkomt dan bij gezonden.
Al met al zijn er dus geen goede redenen aan te voeren om mensen met astma af te raden naar de bergen te gaan. Integendeel: het lijkt erop dat dit juist een aantal positieve effecten heeft waardoor ook mensen met astma in staat mogen worden geacht hoge toppen te beklimmen.
De praktijk leert echter wel dat het astma stabiel en niet te ernstig moet zijn. Verder is het erg belangrijk dat de gebruikelijke astma-medicijnen op hoogte doorgebruikt worden, waarbij het soms nodig en zinvol kan zijn de dosis nog wat op te hogen. Dit vooral om een optimale bescherming te verkrijgen tegen prikkels als inspanning en koude lucht, in het bijzonder bij patiŽnten die hiervoor erg gevoelig zijn. Roken is zowel op zeeniveau als op hoogte natuurlijk ten zeerste af te raden. Te meer omdat gebleken is dat rokers ook minder snel en goed acclimatiseren dan niet-rokers.

Een held met astma
Eťn van de eerste kinderfeestjes in ons buitensportcentrum.
Ik had zijn koppie op mijn borst rusten, wat zal hij geweest zijn: 8, 9 jaar?
ďIk heb het zo benauwd meneer, het is net alsof ik door een rietje ademĒ. "Ik doe met je mee," antwoord ik en ik vraag aan een van de begeleiders die naast me staat een rietje te halen. Na vijf minuten mee-ademen word ik licht in het hoofd en begin te zweten. ďU mag wel ophouden hoorĒ, zegt hij me en strijkt door mijn haar. Op hetzelfde moment zijn we beiden niet meer benauwd.
"Je bent een held," zeg ik tegen hem. "Ik vind jou ook wel aardig," zegt hij tegen mij.

De-Ice expeditie
In het najaar van 2005 gaat een groep astmapatiŽnten Mount Everest beklimmen onder de naam De-Ice: Dutch Expedition Inspired by Climbing Everest. Niet de top is het doel, maar de Noordcol op een hoogte van 7000 meter. Hoe komt iemand op het idee om zoín expeditie te organiseren? Erwin Sengers en Ron Buisman, de twee initiatiefnemers, verwijzen naar bovenstaand verhaal van het kinderfeestje: hun verhaal, dat echt plaatsvond. De herinnering aan hun jonge held met zijn astma bleef en het tweetal wilde er graag  iets mee doen. Het besloot een expeditie te organiseren voor astmapatiŽnten, om mensen met deze aandoening de kans te bieden een prestatie te leveren die niet onderdoet voor die van gezonden.
De deelnemers zijn grondig gekeurd op hun astma en hun conditie en ze hebben zich inmiddels met enthousiasme gestort op het verplichte trainingsprogramma. Voor en tijdens de expeditie worden ze begeleid door een medisch team van twee longartsen, een huisarts, een verpleegkundige en een fysiotherapeut. Het trainingsteam wordt gevormd door twee NKBV-instructeurs en de technische leiding ligt in handen van Renť de Bos, een zeer ervaren bergbeklimmer die al veel sporen in de Himalaya heeft nagelaten en de top van de Everest reeds op zijn naam heeft staan.
Behalve de verwezenlijking van een persoonlijk doel van de deelnemers met astma, tellen het positieve voorbeeld en de stimulans die van de prestatie kan uitgaan voor andere patiŽnten met astma. Daarnaast willen de deelnemers zich op andere manieren inzetten voor patiŽnten met astma. Zo nemen ze tijdens de expeditie als proefpersonen deel aan wetenschappelijk onderzoek dat de kennis over astma en hoogte moet vergroten. Andere projecten zijn onder andere het samenstellen van lespakketten over astma voor Nederlandse schoolkinderen, het assisteren bij vakantiekampen voor kinderen met astma en het (financieel) ondersteunen van astmapatiŽnten in Nepal via de vanuit Nederland opererende stichting Nepalimed, die zich beijvert om de medische zorg voor inwoners van afgelegen gebieden in Nepal te verbeteren. Uiteraard kost dit alles veel geld, maar ook hiervoor zetten de deelnemers zich met enthousiasme in. Ze betalen zelf een substantiŽle bijdrage aan de expeditie en spannen zich daarnaast in om met sponsors de rest van het geld bij elkaar te krijgen.

Informatie
Voor mensen met astma die twijfelen of ze een verblijf op hoogte goed zullen doorstaan, is het raadzaam overleg te voeren met hun huisarts of longarts. Ook kan altijd informatie en advies worden ingewonnen bij de bondsarts of de Medische Commissie van de NKBV via info@nkbv.nl
Geinteresseerden die de astma-expeditie en haar voorbereidingen willen volgen kunnen surfen naar www.de-ice.nl.
Literatuurverwijzingen kunnen via de redactie van de Hoogtelijn worden opgevraagd (hoogtelijn@nkbv.nl).

Hoofdsponsor


 
Topsponsors


 
>>  Ambassadeurs ...
 
>>  meer sponsoren ...
 
>>  Vrienden van ...
 
Samenwerking met


 
Uitgerust met


 



>> 
Home
 
>> 
Contact
 
>> 
Nieuwsbrief ontvangen
 
>> 
Gastenboek
 
 
Sponsored by 2HV Solutions