Actueel
     
 


Intranet login

Beklimming van de Elbrus

U heeft al eerder kunnen lezen over onze bergsportavonturen. Zo schreven we in 2002 over de beklimming van de Mont Blanc in Frankrijk en heeft Els in dit blad al het een en ander verteld over haar expeditie naar de noordcol van de Mount Everest in september/oktober volgend jaar.
Onze bergtocht van afgelopen zomer past goed in die serie. Voor Els was de Elbrus met zijn hoogte van 5642 meter een mooie opstap naar de ruim 7000 meter hoge noordcol en voor ons allebei was het toch weer een stukje (800 meter) hoger dan de Mont Blanc. Willen wij dan steeds hoger? Niet per se, maar het is wel leuk en uitdagend.
Wat deze tocht anders maakte dan alle eerdere was de ligging van de berg: weliswaar nog net in Europa, maar wel helemaal in de Kaukasus, verstopt tussen de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. En verder is het onmogelijk om deze top vanuit een berghut te bereiken, dus moesten we op grote hoogte in tentjes bivakkeren, voor ons een geheel nieuwe ervaring.

Na een voorbespreking met de groep van 13 mannen en 1 vrouw (Els) begin maart, hebben we het voorjaar besteed aan het onderhouden van en opbouwen van onze basisconditie. We hebben veel gelopen en wat dat betreft maakten we ons geen zorgen. Ook moesten we onze uitrusting – alweer – uitbreiden: betere slaapzakken, handschoenen, schoenen, ondergoed, helmen, enz.
Op de dag van vertrek (zaterdag 24 juli) was dan ook echt alles in orde. Nou ja, behalve onze super-zonnebrillen dan, die waren ergens tussen leverancier en winkelier blijven steken, zodat we het met de oude moesten doen. Zoals gezegd, we gingen 24 juli op pad, met de trein naar Schiphol, elk met ruim 20 kilo aan bagage, waaronder een stevige voedselvoorraad.

Na een nacht in Moskou kwamen we zondag met ruime vertraging per oude Tupolev op het vliegveld van Mineralnye Vody, net ten noorden van de Kaukasus aan. Daar werden we opgewacht door de tweede vrouw van onze groep en tevens onze hoofdgids voor de komende 10 dagen: Marina Ershova. De mannen in ons gezelschap hadden al naar haar uitgezien en werden niet teleurgesteld: een innemende persoonlijkheid die vanaf het begin de leiding stevig in handen nam. Later die week kreeg ze de bijnaam “bionic woman”, gezien haar beklimmingen van o.a. de Eiger noordwand en de Mount Everest.
Nog drie uur per taxibusje de bergen in en tegen middernacht kwamen we bij het hotel in Terskol in de Baksanvallei aan. Ook dat viel niet tegen: we werden in tweepersoonskamers met zelfs een eigen badkamer ondergebracht. Tot dusverre geen ontberingen. De volgende ochtend bleek ook nog eens dat het ontbijt de eerste warme maaltijd van de dag is.

Van maandag tot en met donderdag maakte we twee tochten om te acclimatiseren. Terskol ligt op 2100 meter en vanuit het hotel maakten we eerst een dagtocht naar een berg van 3400 meter en daarna een driedaagse kampeertocht, waarbij de tenten op 2600 meter stonden en we een top van 3800 meter beklommen. Bij beide tochten ging het erom te wennen aan de hoogte, maar geen bovenmatige inspanningen te leveren. Dat lukte goed. De eerste tocht ging gedeeltelijk per stoeltjeslift en was echt een rustige wandeling; bij de tweede tocht was alleen het eerste steile stuk omhoog – met een rugzak van 16 tot 18 kg – echt zwaar. Het weer was en bleef fantastisch, zodat we konden genieten van prachtige vergezichten en, zolang de zon scheen, van aangename temperaturen rondom de tentjes. Het was een heus kamp, met negen tentjes voor de in totaal 18 personen: de 14 Nederlanders, een Zuid-Afrikaan die in Moskou bij de groep was gekomen en onze drie Russische gidsen (Marina uit St. Petersburg, Andrej uit Moskou en Grisha uit Siberië). ´s Nachts was het koud, maar daar waren we goed op voorbereid. De gletsjertocht naar de 3800 meter hoge Bolshoi Kogutay was prachtig, met een mooi uitzicht op de twee toppen van de Elbrus, die ver uitsteken boven de andere bergen in de omgeving.
Donderdagmiddag keerden we terug in het dal en was het tijd voor een zeer uitgebreide lunch van shaslick, aardappelen, groenten, pannenkoeken, salades, bier en wodka.

Vrijdagochtend 30 juli gingen we per cabinelift en met volledige bepakking naar een hoogte van 3800 meter (Garabashi station). Vanaf het station klommen we ongeveer 100 meter naar ons eerste kamp: op een stuk rotsen tussen de gletsjers vonden we een aantal al eerder vlak gemaakte kampeerplekjes, waar de tentjes vrijwel naadloos op pasten. Even wat stenen rapen, beetje egaliseren en de tent goed vastzetten met stenen. Vanaf nu werd het belangrijk om goed te blijven drinken, want op deze hoogtes gaat de verdamping snel. We tapten water uit een miniem stroompje smeltwater, kookten dat en waren zodoende vrijwel steeds bezig met theezetten, soep koken en gevriesdroogde maaltijden bereiden. Het uitzicht was fenomenaal: met onze rug naar de indrukwekkende Elbrus keken we uit op de gigantische bergketen tussen de deelrepubliek Karatsjai-Tsjerkessië en Georgië.
Tegen het einde van de middag maakten we een acclimatisatiewandeling naar een oude, verbrande hut op 4300 meter. Ik vond het zwaar, had maar net genoeg lucht om mee te kunnen. Mijn benen voelden niet sterk aan. Een begin van hoogteziekte? Nee toch, daar had ik nooit last van gehad.
De voormalige hut bood een treurige aanblik: binnen de nog overeind staande muren werd gekampeerd. Maar het leek meer een vuilnisbelt dan een camping. In de buurt van de hut stonden nog meer tentjes. Ook daar was het een smeerboel. Wij hadden een veel betere kampeerplek gevonden. Terug in de tent was ik erg moe. De rest van de avond heb ik veel in de tent doorgebracht. ´s Avonds werd het koud en trokken we vrijwel al onze kleren aan. Na nog een foto te hebben gemaakt van de prachtige volle maan boven de in het dal hangende bewolking, gingen we rond 9 uur slapen.

Zaterdag braken we rustig op en klommen we naar onze tweede kampplaats op 4400 meter. Op advies van gids Marina lieten we onze rugzakken per snowcat naar boven brengen. Bij het kabelbaanstation stonden een paar van deze voertuigen die regelmatig mensen en bagage naar boven transporteerden, o.a. naar de oude hut, maar ook zelfs naar een hoogte van ca. 4600 meter.
Na een tocht van een kleine twee uur konden we de tenten opnieuw opzetten, nu in de sneeuw. Er waren wel rotsen, maar daar was niet genoeg plaats voor alle negen tenten. De zon brandde genadeloos, zodat goed insmeren en bedekkende kleding noodzakelijk was.
Ook nu maakten we in de middag een acclimatisatietocht. In overleg met Marina ben ik wel meegegaan, hoewel ik steeds meer last kreeg van wat toch wel erg veel op hoogteziekte begon te lijken. Heel kalm aan ben ik de groep gevolgd, die met het oog op de acclimatisatie een rustig tempo aanhield. Toch ging het mij te snel: mijn energie slonk zienderogen. Met Els en gids Andrej in de buurt ben ik toch net als de rest van de groep tot net boven de Pasthukov-rotsen geklommen, tot een hoogte van ruim 4800 meter, alleen waren de anderen allang aan de afdaling begonnen, toen wij nog met de klim bezig waren.
Eenmaal bij onze bestemming aangekomen moesten wij gauw aan de afdaling beginnen, want het weer verslechterde zienderogen. Het begon te hagelen en er klonken een paar onweersklappen. Bij de tenten aangekomen liep ik naar de rotsen om nog even wat water te tappen, toen ik werd terug geroepen: Marina vond het met het onweer in de lucht veiliger om de tenten in te gaan. Het zoemde trouwens ook in mijn oren toen ik naar de tent terug liep. Het volgende uur hadden we onweer en viel er een flinke laag hagel.

Ik ben de tent ´s avonds nog even uit geweest, maar dat was kort. Ik was zo moe, dat ik wist dat deze expeditie voor mij voorbij was. De diamox die Marina mij gaf kwam te laat.
Els was nog uren bezig met water koken, eten koken (waar ik nauwelijks iets van nam), weer water koken en nog een keer. En dat met een gasbrander die niet optimaal werkte. Toen Els zo ongeveer als laatste van de groep eindelijk ook de slaapzak in kroop, wist ze niet of ze de volgende ochtend met de anderen mee kon naar de top, of dat ze bij mij moest blijven …

Weer terug in ons tweede kamp op 4400 m., het onweerde flink, de wind was stevig opgestoken en het hagelde. De acclimatisatietocht was me makkelijk af gegaan, ik voelde me sterk in tegenstelling tot Ben die zich beroerd voelde en hij wilde alleen nog maar in de tent liggen. Het werd koud en ik begon zo’n beetje alles aan te trekken wat ik bij me had en haalde tussen de rotsen water. Want als ik morgen de Elbrus op wilde moest ik nog heel wat liters koken. Water voor de maaltijd voor deze avond, water om nu te drinken, water voor Ben die speciaal veel water nodig had vanwege de hoogteziektemedicijnen die hij slikte, water voor de nacht, alvast water voor mijn drinkfles die ik mee zou nemen tijdens de tocht en tevens fungeerde als kruik, water voor Ben de volgende dag, water voor het ontbijt de volgende ochtend, kortom heel veel water. Ik was net onderweg naar de rotsen of we werden gemaand direct in onze tenten te gaan liggen en alle ijzerwaar die we bij ons hadden buiten de tent houden. De bliksem zoemde al door ons tentenkamp. Daar lagen we dan, de tent klapperde hevig, en van verdere activiteiten was even geen sprake. Na ruim een uur was het onweer weg, het hagelde niet meer dus er maar weer uit. Glibberend tussen de spekgladde rotsen mijn eerste pannetje water gehaald en maar gaan koken. Sh(!) het gas doet het bijna niet! Om een lang verhaal kort te maken, na heel veel gedoe en inspanningen had ik toen het al vrijwel helemaal donker was al het water gekookt wat ik dacht dat nodig was, en ondertussen hadden we ook nog wat gegeten. Lang nadat de anderen van onze groep al lekker in hun slaapzakken lagen ging ik er ook eindelijk in. Alles wat ik aan had liet ik aan, de ‘kruik’ tegen mijn buik, muts over de oren en proberen te slapen. Allerlei gedachten spookten door mijn hoofd, heb ik alles wat ik morgen nodig heb wel bij de hand, kan ik er evt. makkelijk bij, ben ik niets vergeten, ga ik morgen overigens wel? Kan Ben wel alleen gelaten worden?

De volgende ochtend om 3 uur ging de wekker. Ik hoorde al allemaal gedoe om me heen, dus eruit. Ben zei dat hij zich niet slechter voelde, ik besloot toen om te gaan. Het was buiten kraakhelder, er stond geen wind, het was ijskoud en prachtig. Al gauw had ik de rugzak op orde en was alweer water aan het koken voor het ontbijt. Het gasje deed weer zo moeilijk dat ik maar besloot wat zoete Russische broodjes te eten en mijn expeditieontbijt te laten schieten. Het werd tijd om de stijgijzers aan te doen en te vertrekken. En toen, stijgijzers kwijt!!! Waarschijnlijk in de hectiek van de afgelopen avond bij het wegwerpen van het ijzer op een onbekende plek beland en ondergesneeuwd. Prikken met mijn ijspickel in de sneeuw rondom de tent had geen resultaat. Gids Andrej hielp mee, maar zonder resultaat en de anderen hadden allemaal al genoeg aan zichzelf. Afgelopen met de toppoging, “Ben”, zei ik, “ik ga niet mee”, zonder stijgijzers geen top. Vlak voor iedereen klaar stond om te vertrekken vond ik ze, gewikkeld in Ben zijn gamaschen! En daar ging ik dan, mijn hart klopte van de agitatie nog in mijn keel, hoofdlampje op, genoeg water bij me, genoeg leeftocht, al de kleren die ik bij me had had ik aangetrokken en ik hoopte maar dat het allemaal genoeg was. Het eerste stuk naar de Pastukhovrotsen ging voortvarend en in een heel stevig tempo gingen we als één groep omhoog. We dronken daar wat en gingen toen gelijk weer verder. Het werd steeds steiler en al gauw gingen we in een mooie zigzag verder door. Niet aan het touw, de sneeuw was goed (er was die nacht een flink en stevig laagje gevallen) en we konden een mooi spoor maken. We liepen in een rechte lijn op de flank van de oosttop van de Elbrus af. Het laatste stuk daar naar toe werd heel steil en ik had al de energie die ik had nodig om het tempo te handhaven en safe te blijven lopen. Daar aangeland stopten we een kwartiertje en bleek dat de jongens het ook allemaal erg zwaar hadden gehad. Dat is dan toch een opluchting, je weet, het ligt niet alleen aan jezelf. Na de rust gingen we verder, minder steil maar toch steeds flink omhoog. We zaten al ruim op 5000m. en dat was voelbaar. Ik dacht aan de woorden van de Schotse klimmer die we een paar dagen geleden in ons hotel troffen: een ervaren klimmer die de Elbrus net beklommen had. Dit was de 6e van zijn 7 “summits”. Alleen de Everest rest hem nu nog. Hij vertelde ons dat met name dit stuk tot aan het zadel lang en erg inspannend was. Daarom besloot ik nu helemaal mijn eigen tempo te gaan lopen, ik wilde me niet laten opjagen en dacht: laat die kerels hun gang maar gaan. Ik voelde goed dat als ik me zou forceren ik me nauwelijks nog zou kunnen herstellen en hield mezelf voor, ik moet en zal de top halen, ik ga niet eerder terug. Zo ging ik verder, een rustig tempo maar wel gestaag verder. In het begin had ik de neiging na een paar minuten even te stoppen maar Andrej, die toen in de buurt was, zei, go,go,go! Niet stoppen, gewoon doorgaan en als je stopt, rust dan een minuut of tien. Zo gezegd, zo gedaan. Onderweg zag ik op verschillende plekken klimmers volkomen uitgeput liggen. Gek is dat je daar niets mee doet. Ik dacht niet, “moet ik even kijken hoe het met ze is, misschien kan ik ze helpen?” Ik was alleen maar met mezelf bezig, en dat was genoeg. Eindelijk kwam ik in het zadel aan. Dat is het stuk tussen de oost- en de westtop. Daar zaten een paar mannen van onze groep, er waren er nog een paar achter me en ik zag jongens van onze groep vanaf het zadel omhoog gaan. Ik heb daar ongeveer een kwartier gezeten en Marina die daar ook was zei, “Els, nog maar drie kwartier!” Ik geloofde haar niet, ik schatte het nog heel wat langer in, en anderen hadden ook hun twijfels. We gingen omhoog, een vervelend steil stuk. Ik liep voorop, kon geen spoor vinden, liep een beetje te zwalken en vroeg of iemand anders vooraan wilde lopen, Geen reactie, ze bleven gewoon wachten, toen ging ik maar verder met mijn blik op oneindig. Langzaam kom je weer in een soort van ritme en ik herinner me hiervan alleen maar dat ik dacht “go, go, go!” en “ik ga de top halen, het gaat me lukken.” Ik heb toen alles moeten aanspreken wat ik aan lichamelijke en vooral ook mentale kracht nog had. Ik voelde pijntjes op plekken in mijn lichaam die ik niet kende. Je vergeet zoiets meestal al weer gauw, maar ik dacht toen, dat moet ik goed onthouden. Nog steeds zag ik de top niet en aan het eind van de helling lag nog een stuk rotsen. Ik zag daar een spoor doorheen gaan en besloot dat te volgen. Daarmee bezig zag ik dat Jacco helemaal rechts om de rotsen probeerde naar boven te gaan. “Dat moet hij niet doen”, dacht ik toen bij mezelf, “wat hij nu doet is best gevaarlijk”. Maar ik ging gewoon door en waarschuwde niet. Later toen we weer helemaal terug waren zei Jacco, “ Ik zat daar toch zo te modderen, ik was op een heel verkeerd spoor, ik kon wel vallen”. Ik zei hem dat ik het wel had gezien, maar er verder niets mee gedaan had. Zulke dingen gebeuren dus al heel snel op hoogte, ook iets om goed te onthouden!
En eenmaal over de rotsen heen, keek ik naar links en zag de top! Vanaf toen wist ik zeker dat ik het zou redden, en van het laatste stuk heb ik alleen nog maar genoten. Ik ging door, probeerde zelfs weer wat sneller te gaan en na een laatste klimmetje stond ik daar, boven op de Elbrus op 5642m. hoogte, helemaal zelf gedaan. Wel een minuut of tien stond ik op de top, Marina heeft daar door een bevriende Russische klimmer van mij alleen op de top en samen met haar een paar prachtige foto’s laten maken, die ze me de volgende dag, terug in ons hotel, gaf. Een geweldige herinnering, ook aan een geweldige vrouw. Volgend jaar gaat ze de K2 beklimmen, ik hoop echt dat het haar lukt en vooral dat ze levend terug komt, want geen enkele vrouw die de K2 heeft beklommen is nog in leven!

… Zondagochtend vertrok het team om 5 uur naar de top. Els ondanks de goede voorbereiding toch nog wat overhaast. Dat kwam natuurlijk doordat ze alles alleen moest doen, zich zorgen maakte om mij en ook nog eens een poos naar haar stijgijzers had gezocht.
Om 6 uur ging ik even de tent uit (plassen en diarree) om gauw terug te keren. Daarna heb ik goed geslapen en tegen 11 uur heb ik me aangekleed en ben ik water gaan koken (de thermosfles was leeg).  Met mijn boek in de zon voelde ik mij redelijk goed, wel zwak, maar niet ziek. Het eten van de vorige avond (nasi) zat nog in een pannetje en dat smaakte opgewarmd best goed. De thee en de hardkeks gingen er ook goed in. Daarna duurde het voor mijn gevoel niet lang meer, voordat ik de groep in de afdaling meende te zien. Om 13.20 uur kwamen Rintje en Irving als eersten terug. Zo snel dat ik dacht dat zij voor de top waren omgekeerd. Rintje zat helemaal stuk en moest overgeven. Ik wist nu zeker dat ik het die dag nooit zou hebben gehaald.
Binnen het daaropvolgende uur kwamen ook de anderen terug, alleen of in tweetallen. Els rond 14.00 uur, zo op het oog gezellig kletsend met Paul. Moe, maar niet uitgeput. Ik was ontzettend blij dat ze heelhuids terug was. De afdaling was voor een aantal zeer zwaar geweest. Het is op deze hoogte ook niet niks om in ongeveer 8 uur 1200 meter omhoog en omlaag te gaan.
De rest van de middag was het rustig in ons kamp. Iedereen lag / zat na te genieten en bij te komen. Iedereen? Ja, ik niet natuurlijk, maar ik troostte mijzelf met het idee dat ik het onder normale omstandigheden ook gehaald zou hebben: gewoon domme pech.

De volgende dag daalden we met opstekende wind snel af naar Garabashi Station en keerden we per lift terug naar het dal, waar ons natuurlijk een uitgebreide lunch wachtte.
´s Avonds begon het te regenen en dat duurde tot en met de volgende ochtend. We hebben nog twee dagen wat ontspannen gewandeld, voordat we terugkeerden naar Moskou en anderhalve dag later naar Nederland.

Deze expeditie was voortreffelijk georganiseerd door Edward Bekker Ski en Alpinisme.

Ben Bakker en Els de Jager,
september 2004

Hoofdsponsor


 
Topsponsors


 
>>  Ambassadeurs ...
 
>>  meer sponsoren ...
 
>>  Vrienden van ...
 
Samenwerking met


 
Uitgerust met


 



>> 
Home
 
>> 
Contact
 
>> 
Nieuwsbrief ontvangen
 
>> 
Gastenboek
 
 
Sponsored by 2HV Solutions